ML Fiscaal Advies |

BLOG

ML Fiscaal Advies |

BLOG

Het nieuwe belastingverdrag met Zwitserland: de Nederlandse belastingaangifte voor inwoners van Zwitserland

Vanaf 1 januari 2021 geldt een nieuw belastingverdrag met Zwitserland. Een van de veranderingen is de toewijzing van het belasten van pensioenen: pensioenen worden vanaf 2021 in het land van waaruit zij afkomstig zijn belast. Betekent dit dat een inwoner van Zwitserland die een Nederlands pensioen ontvangt hierover in Nederland aangifte moet doen? U leest het hier.

Inleiding

Onder ‘pensioen’ wordt in dit artikel ook ‘lijfrente’ verstaan. Onder ‘inwoner’ wordt ‘fiscaal inwoner’ verstaan. Dit artikel gaat alleen in op inwoners van Zwitserland die een periodiek Nederlands pensioen genieten. Ik houd hier geen rekening met andere Nederlands bronnen van inkomen, zoals een bezit van Nederlands onroerend goed.

Het nieuwe belastingverdrag in het kort

Onder het tot 1 januari 2021 geldende belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland gold dat Nederlandse pensioenen in principe alleen in Zwitserland mochten worden belast. Uitzondering hierop was bijvoorbeeld als de pensioenuitkering meer dan € 20.000 per jaar bedroeg en daarop in Zwitserland een ‘Pauschal’ van toepassing was. In dat geval mocht Nederland wel over de Nederlandse pensioenuitkering heffen.

Vanaf 1 januari 2021 geldt een nieuw belastingverdrag. Een van de wijzigingen is de toedeling van het heffingsrecht voor pensioenen. Dit betekent dat als een inwoner van Zwitserland een pensioen uit Nederland ontvangt, Nederland belasting hierover mag heffen. In geval van een periodieke uitkering mag Nederland maximaal 15% belasting heffen. In geval van een eenmalige uitkering mag Nederland deze met het progressieve belastingtarief (oplopend tot 49,5%) belasten.

Pensioenuitkeringen en de Nederlandse inkomstenbelasting

In de inkomstenbelasting wordt een bron van inkomen (denk hierbij aan loon, pensioen, eigen woning, bank- en spaarrekeningen) toegewezen aan één van drie boxen, met elk hun eigen belastingtarief. Elk bron van inkomen kan maar in één box worden aangegeven. Zo is een eigen woning alleen belastbaar in box 1 (inkomen uit werk en woning) en niet ook in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen).

Pensioeninkomen wordt belast in box 1. Voor personen die vóór 1 januari 1946 geboren zijn, kent box 1 voor 2021 de volgende drie inkomstenbelastingschijven:

Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer danmaar niet meer danbedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat
IIIIIIIV
€ 35.9419,45%
€ 35.941€ 68.507€ 3.39637,10%
€ 68.507€ 15.47749,50%

Voor personen die na 1 januari 1946 zijn geboren, kent box 1 voor 2021 de volgende drie inkomstenbelastingschijven:

Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer danmaar niet meer danbedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat
IIIIIIIV
€ 35.1299,45%
€ 35.129€ 68.507€ 3.31937,10%
€ 68.507€ 15.70249,50%

Voorbeeld

Gerard is in 1950 geboren. In 2021 ontvangt hij van een pensioenfonds € 50.000 pensioen. De eerste € 35.129 is belast met 9,45%, oftewel € 3.319. Het restant, € 14.871 (= € 50.000 -/- € 35.129), is belast met 37,1%, oftewel € 5.517. De totale berekende inkomstenbelasting bedraagt hiermee € 8.836.

Loonbelasting

Pensioenuitvoerders houden op hun uitkeringen onder andere loonbelasting in. De loonbelasting kent dezelfde tarieven en tariefschijven als de inkomstenbelasting. In de inkomstenbelastingaangifte wordt de ingehouden loonbelasting als voorheffing op de berekende inkomstenbelasting in mindering gebracht.

In het voorbeeld hierboven zou het pensioenfonds op de uitkering van € 50.000 € 8.836 aan loonbelasting inhouden. De berekende inkomstenbelasting bedraagt eveneens € 8.836. Dit betekent dat er geen verschuldigde inkomstenbelasting is: het is al via de ingehouden loonbelasting ‘voldaan’.

Wel of geen aanslag?

Als de berekende inkomstenbelasting uitkomt op een te betalen bedrag van maximaal € 48 (2021), wordt geen aanslag vastgesteld. Dit betekent dat als het te betalen belastingbedrag meer dan € 48 is, er een inkomstenbelastingaangifte moet worden ingediend. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er meerdere pensioenuitvoerders zijn. Zij houden ieder namelijk bij de inhouding van loonbelasting alleen rekening met hun uitkering. Een voorbeeld ter verduidelijking:

Voorbeeld

Julia (1950) ontvangt in 2021 een AOW-uitkering van € 10.000 en een (jaarlijks) pensioen van € 30.000. De SVB en de pensioenuitvoerder houden ieder 9,45% loonbelasting in. Maar het totale inkomen van Julia is € 40.000, waardoor € 4.871 ( = € 40.000 -/- € 35.129) niet tegen 9,45%, maar tegen 37,1% met inkomstenbelasting belast zal worden. Julia moet dus inkomstenbelasting gaan betalen en moet daarom belastingaangifte doen.

Let op 1: als de Belastingdienst een uitnodiging tot het doen van aangifte verstuurt, dan moet er aangifte worden gedaan, ook als de aanslaggrens van € 48 niet wordt gehaald.

Let op 2: is er naast pensioenuitkeringen ook sprake van bijvoorbeeld een Nederlands vakantiehuis? Dan zal de belastingberekening zeer waarschijnlijk boven de aanslaggrens van € 48 komen.

Pensioenuitkeringen en het belastingverdrag met Zwitserland

Eenmalige pensioenuitkeringen uit Nederland die aan een inwoner van Zwitserland worden betaald, mogen op grond het belastingverdrag volledig in Nederland worden belast.

Periodieke pensioenuitkeringen uit Nederland die aan een inwoner van Zwitserland worden betaald, mogen op grond van het belastingverdrag eveneens in Nederland worden belast. Het belastingtarief is daarbij gemaximaliseerd op 15%.

Inhouding door de pensioenuitvoerders

Tot 2021 gold dat als een inwoner van Zwitserland voldeed aan de eisen die het (oude) belastingverdrag stelde – waardoor de Nederlandse pensioenuitkering alleen in Zwitserland wordt belast – er een vrijstelling voor de inhouding van loonbelasting bij de Belastingdienst kon worden aangevraagd. Hiermee wisten de betreffende pensioenuitvoerders dat zij bij de uitkering geen rekening hoefden te houden met de inhouding van loonbelasting.

Met ingang van 2021 geldt dit niet meer. De betreffende inwoners van Zwitserland hebben eind 2020 van de Belastingdienst bericht gekregen dat deze vrijstelling vanwege het nieuwe belastingverdrag per 2021 is komen te vervallen. Nederlandse pensioenuitvoerders houden hierdoor vanaf 2021 loonbelasting op de uitkeringen in. Mede vanwege de uitvoering, maar ook vanwege aansprakelijkheid houden de meeste pensioenuitvoerders hierbij in de regel geen rekening met het maximumtarief van 15% en belasten de uitkering tegen het volle Nederlandse tarief. Uitzondering hierop is de SVB. Zij houdt wel rekening met het nieuwe verdrag, maar dat is omdat AOW-uitkeringen vanwege de hoogte altijd in de eerste belastingschijf van 9,45% vallen, waardoor de SVB altijd aan het maximum tarief van 15% voldoet.

De Nederlandse belastingaangifte voor een inwoner van Zwitserland

De uitwerking van het belastingverdrag kan grote gevolgen hebben voor Zwitserse pensioengenieters. Ter illustratie de volgende vier voorbeelden.

Voorbeeld – inkomen in de eerste belastingschijf

Eva woont in Zwitserland en in 2021 is haar enige bron van inkomen uit Nederland een AOW-uitkering van € 10.000. De SVB houdt 9,45% belasting in. De ingehouden loonbelasting is even hoog als de verschuldigde inkomstenbelasting en omdat 9,45% minder is dan het maximum van 15%, vindt er geen correctie van teveel berekende inkomstenbelasting plaats. Eva hoeft geen aangifte in Nederland te doen: er is immers geen inkomstenbelasting verschuldigd.

Voorbeeld – inkomen in de tweede belastingschijf bij 15% belastingdruk

Gerard (1945) woont in Zwitserland en ontvangt in 2021 uit Nederland een AOW-uitkering van € 10.000 en een (jaarlijks) pensioen van € 34.970. De ingehouden loonbelasting bedraagt € 945, respectievelijk € 3.305. Samen is er € 4.250 aan loonbelasting ingehouden.

Het totale inkomen van Gerard is € 44.970. De berekende inkomstenbelasting hierover is € 6.745

(de eerste € 35.941 wordt tegen 9,45% belast; het restant, te weten € 9.029 ( = € 44.970 -/- € 35.941) wordt tegen 37,1% met inkomstenbelasting belast; samen is dit € 6.745).

De totale belastingdruk van Gerard is hiermee 15% (€ 6.745 inkomstenbelasting / € 44.970 pensioeninkomen). Omdat de belastingdruk gelijk is aan het maximale tarief dat volgens het belastingverdrag is toegestaan, vindt er in de belastingaangifte geen correctie plaats. De verschuldigde inkomstenbelasting bedraagt aldus € 2.495 ( = € 6.745 berekende belasting -/- € 4.250 ingehouden loonbelasting). Dit bedrag is hoger dan de aanslaggrens van € 48, zodat Gerard een Nederlandse inkomstenbelastingaangifte moet indienen.

Voorbeeld – inkomen in de tweede belastingschijf

Adam (1945) woont in Zwitserland en ontvangt in 2021 uit Nederland een AOW-uitkering van € 10.000 en een (jaarlijks) pensioen van € 40.000. De ingehouden loonbelasting bedraagt € 945, respectievelijk € 4.901. Samen is er € 5.846 aan loonbelasting ingehouden.

Het totale inkomen van Adam is € 50.000. De berekende inkomstenbelasting hierover is € 8.611 (de eerste € 35.941 wordt tegen 9,45% belast; het restant, te weten € 14.059 ( = € 50.000 -/- € 35.941) wordt tegen 37,1% met inkomstenbelasting belast; samen is dit € 8.611).

De totale belastingdruk van Adam is hiermee 17,22% (€ 8.611 inkomstenbelasting / € 50.000 pensioeninkomen). Het belastingverdrag bepaalt dat het tarief maximaal 15% mag zijn; oftewel € 7.500 ( = 15% x € 50.000). Dit heeft in de belastingaangifte een correctie van € 1.111 ( = € 8.611 -/- € 7.500) tot gevolg.

De verschuldigde inkomstenbelasting bedraagt aldus € 1.654 ( = € 8.611 berekende belasting -/- € 1.111 correctie vanwege verdragstoepassing -/- € 5.846 ingehouden loonbelasting). Dit bedrag is hoger dan de aanslaggrens van € 48, zodat Adam een Nederlandse inkomstenbelastingaangifte moet indienen.

Voorbeeld – inkomen in de derde belastingschijf

Emma (1945) woont in Zwitserland en ontvangt in 2021 uit Nederland een AOW-uitkering van € 10.000 en een (jaarlijks) pensioen van € 80.000. De ingehouden loonbelasting bedraagt € 945, respectievelijk € 21.166. In totaal is € 22.111 aan loonbelasting ingehouden.

Voor de inkomstenbelasting bedraagt het totale inkomen € 90.000. De berekende inkomstenbelasting hierover is € 26.116 (de eerste € 35.941 wordt tegen 9,45% belast, de volgende € 32.566 wordt belast tegen 37,1%; het restant, te weten € 21.493 ( = € 90.000 -/- € 68.507) wordt belast tegen 49,5%; samen is dit € 26.116).

De totale belastingdruk van Emma is hiermee 29,02% (€ 26.116 inkomstenbelasting / € 90.000 pensioeninkomen). Het belastingverdrag bepaalt dat het tarief maximaal 15% mag zijn; oftewel € 13.500 ( = 15% x € 90.000). Dit heeft in de belastingaangifte een correctie van € 12.616 ( = € 26.116 -/- € 13.500) tot gevolg.

De inkomstenbelasting resulteert in een te ontvangen bedrag van € 8.611 ( = € 26.116 berekende belasting -/- € 12.616 correctie vanwege verdragstoepassing -/- € 22.111 ingehouden loonbelasting). Het is aan te raden dat Emma voor 2021 een Nederlandse inkomstenbelastingaangifte indient.

De Zwitserse belastingaangifte en voorkoming van dubbele belasting

Over Nederlands pensioeninkomen dat aan een inwoner van Zwitserland wordt betaald, is met ingang van 2021 in Nederland inkomstenbelasting verschuldigd. De voorgaande vier voorbeelden laten zien hoe dat voor de Nederlandse inkomstenbelastingaangifte uitpakt. De inwoner van Zwitserland moet dit Nederlandse pensioen – net als in voorgaande jaren – in diens Zwitserse belastingaangifte aangeven. Hierdoor ontstaat een dubbele belastingheffing. Om dit te voorkomen, is in het belastingverdrag afgesproken dat Zwitserland deze inwoner op verzoek een vermindering van het belastbaar inkomen verleent ter grootte van een derde van het nettobedrag van deze pensioenen.

Conclusie

Toepassing van het nieuwe belastingverdrag met Zwitserland op Nederlandse pensioenontvangsten vergt voor inwoners van Zwitserland enige oplettendheid. In theorie is dit een vereenvoudiging van de toewijzing van de belastingheffing, in de praktijk echter ingewikkeld om toe te passen. Zeker als er naast pensioeninkomen ook andere belastbare bronnen van inkomen zijn (zoals bijvoorbeeld een Nederlandse tweede woning).

Heeft u hiermee te maken en wilt ondersteuning bij uw belastingaangifte? Ik krijg hier regelmatig vragen over en heb hier veel ervaring mee. Neemt u dan contact met mij op.

Deel online

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

dit vindt u wellicht Ook interessant

ML Fiscaal Advies Mark Liebman

Neem contact met mij op

Heeft u een vraag of verzoek of wilt u een vrijblijvend gesprek? Vul dan onderstaand formulier zo volledig en specifiek mogelijk in. Ik neem zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 2 werkdagen, contact met u op voor het beantwoorden van uw vraag of het inplannen van een afspraak.

ML Fiscaal Advies Mark Liebman

Neem contact met mij op

Heeft u een vraag of verzoek of wilt u een vrijblijvend gesprek? Vul dan onderstaand formulier zo volledig en specifiek mogelijk in. Ik neem zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 2 werkdagen, contact met u op voor het beantwoorden van uw vraag of het inplannen van een afspraak.